Zoek de verschillen
Als je naar de middelbare school gaat, wordt alles anders. Dat maakt het ook zo leuk, maar soms een beetje verwarrend. De verschillen zijn best groot.  Vandaar onderstaand lijstje van de acht grootste verschillen:

1. Fietsen
Buitenlandse leerlingen die onze school bezoeken, maken altijd foto’s van de honderden fietsen voor de school. Toegegeven,  dat is ook wel een typisch plaatje van een Nederlandse middelbare school!
Maar ook voor jou kan het wennen zijn, om nu met de fiets een lange tocht naar school te maken. Een zware tas achterop, een regenpak in je fietstas. In de winter al in het donker van huis om weer terug te komen als opnieuw het licht verdwenen is. Maar gezellig is het wel met zo’n club samen onderweg.

2. 50 minuten les
Ging je op de lagere school hele of halve dagen naar school, nu is iedere dag anders. Zowel je begintijden als je eindtijden. En daartussen? Knippen we de boel op in stukken van 50 minuten. Heb je je net 50 minuten de benen uit het lijf gelopen bij gym, kun je daarna je rood aangelopen hoofd breken over wiskunde. En oh daar gaat de bel alweer. Wat heb je nu weer? Engels of was het aardrijkskunde?

3. Kantine
Maar niet alles duurt 50 minuten. De pauzes zijn helaas iets korter. Al zijn se samen ook weer 50 minuten. In de kleine en de grote pauze kun je op het schoolplein voor de brugklasleerlingen een potje voetballen of binnen in de brugklasaula je lunch opeten. Lunch vergeten? Dan kun je in de kantine terecht voor een broodje gezond, een saucijzenbroodje of een sappige appel.

4. Kluisje
Op het Ulenhof heb je je eigen kluisje. Handig om je jas in op te bergen, maar nog handiger om je boeken in te bewaren die je niet nodig hebt. Of om slingers aan op te hangen voor je jarige vriendin. Natuurlijk moet ie wel opgepimpt worden. Doe snel het deurtje dicht. Niet iedereen hoeft die selfie van jou in het Kröller-Müllermuseum te zien.   

5. Schooltas
Die nieuwe schooltas die je zo zorgvuldig hebt uitgekozen, krijgt het nu zwaar te verduren. Want of je nu een rolkoffer hebt of een rugzak, ieder uur een ander vak betekent heel veel boeken.  Gelukkig heb je je kluisje, waar je de boeken in kunt doen die je niet meteen nodig hebt.

6. Frans of Duits 
Het vak Engels heb je mogelijk al op je basisschool gehad. Maar nu komt daar ook de Franse taal bij, tenminste als je havo of vwo gaat doen. Die prachtige taal met die rollende ‘r’ en al die woorden die je aan elkaar moet plakken. Zoals de Belgische zanger Stromae zo mooi voordoet met Papaoutai. Oftewel: papa waar ben je? 
Mavo meer iets voor jou? Dan krijg je Duits als tweede vreemde taal. We wonen dicht bij de Duitse grens, best handig dus, dat je je goed verstaanbaar kunt maken! 

7. De jongste, de brugsmurf 
En misschien wel het lastigste aan je nieuwe school is dat je weer de jongste bent. Op de basisschool was je de oudste en misschien wel de coolste die er rondliep. Nu zijn er die lange slungels uit de bovenbouw. En dan die meiden! Die je nog snel even over je haar strijken en je schattig vinden. Schattig! Help!

8. Huiswerk
In het begin is het reuze interessant al dat huiswerk voor al die vakken. En dat allemaal in je agenda of via Magister op je telefoon. Franse werkwoorden, Engelse woordjes, de Romeinen of meetkunde. Maar volgens ingewijden is huiswerk maken al snel niet meer je lievelingsactiviteit.