Ulenhof


 

3 Inrichting en structuur van de school

 

Directie


J.D.G. van der Molen, MA
Rector

J. van Poederooijen
Locatiedirecteur Ulenhofcollege Doetinchem

Drs. H.J.J. Saalmink
Directeur Financiën, Beheer, Kwaliteit en Innovatie

 

De dagelijkse leiding is in handen van de teamleiders.

 

Teams

De klassen met leerlingen zijn ingedeeld in vijf groepen, te weten:

• de klassen 1, 2, 3, 4 mavo; teamleider: C.R. Geessink

de klassen 1, 2, 3 havo; teamleider: B. Ouwehand

• de klassen 1, 2, 3 vwo; teamleider: A. Ribbers

• de klassen 4, 5 havo; teamleider: H. Moed

• de klassen 4, 5, 6 vwo; teamleider: C. Huisman
 

Elke groep krijgt les van een vast team docenten. Dit team is verantwoordelijk voor het onderwijs aan de eigen groep. In elke groep wordt ook een aantal lessen gegeven door docenten uit een ander team. De teamleider geeft leiding aan het team docenten.

 

Indeling van de school: onderbouw, mavo en 2e fase




De eerste twee à drie jaren (afhankelijk van het vak) worden op school besteed aan de basisvorming. De leerlingen die naar het mavo willen, beginnen zich in de derde klas voor te bereiden op het mavodiploma een diploma dat toegang geeft tot het middelbaar beroepsonderwijs en de havo. De andere leerlingen, (vwo/havo), nemen vanaf de vierde klas deel aan de tweede fase.

 

Tweetalig Onderwijs


In het cursusjaar 2006-2007 is het Ulenhofcollege gestart met een tweetalige vwo-opleiding. Ruim de helft van de lessen wordt in de Engelse taal gegeven. Jaarlijks kiezen ruim 50 leerlingen in leerjaar 1 voor deze richting. Vrijwel alle docenten hebben inmiddels het opleidingstraject van drie jaar afgerond met het behalen van het Cambridge Proficiency English diploma.

 

De eerste brugklas

 

Toelating

Toelating tot de eerste brugklas vindt plaats op grond van twee gegevens:

  • het advies van de basisschool
  • de uitslag van de Cito-toets (of andere officiële test of toets).

Om toegelaten te worden tot TTO wordt ook gekeken of de leerling goed is gemotiveerd. De Doetinchemse scholen voor voortgezet onderwijs hebben met het basisonderwijs uit onze regio gezamenlijk afspraken over toelating gemaakt. Kort samengevat komt deze regeling hierop neer: Leerlingen met een advies vmbo-theoretisch en mavo, havo of vwo en een Cito-score hoger dan 532 worden zonder meer toegelaten. Ligt de Citoscore tussen 528-532 dan wordt in overleg met de basisschool besloten of een extra toelatingstest nodig is. Is de Cito-score lager dan 528 dan wordt de leerling afgewezen. In overleg met de basisscholen kan worden besloten de leerling toch te testen. Deze test is verplicht om eventueel toegelaten te kunnen worden. Deze test wordt door de gezamenlijke scholen voor VO in Doetinchem georganiseerd en de kosten zijn groten-deels voor rekening van de school; van de ouders wordt een bijdrage van € 12,50 gevraagd.


De indeling

Bij de keuze voor de indeling van onze brugklassen hebben wij ons laten leiden door de volgende overwegingen:

  • via de brugklas moeten de leerlingen geplaatst worden in die afdeling, waar zij qua aanleg, tempo en studiehouding het beste tot hun recht komen;
  • na het eerste jaar moeten leerlingen zonder problemen op of af kunnen stromen, als blijkt dat eenander niveau beter bij ze past;
  • de brugklas heeft tot doel de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs zo soepel mogelijk te laten verlopen o.a. door middel van studie- en mentorlessen en extra begeleiding;
  • in het voortgezet onderwijs worden andere eisen gesteld aan de leerlingen dan in het basisonderwijs; leerlingen moeten de kans krijgen te laten zien welk niveau zij aankunnen. De brugklas is een nieuwe start!

We hebben vier soorten brugklassen:

  • mavo brugklassen
  • havo brugklassen
  • vwo brugklassen.
  • tweetalig vwo brugklassen

Brugklas mavo
In deze klas wordt les gegeven op het niveau dat aansluit op het niveau in leerjaar 2 van de mavo. In principe wordt in deze klas niet gedetermineerd; het betreft hier een ‘homogene’ groep leerlingen die in vier jaar wordt opgeleid voor het diploma mavo.
Elk jaar weer blijken enkele leerlingen uit deze groep zich dermate goed te ontwikkelen dat wij ze adviseren tussentijds op te stromen. Ook aan het eind van de cursus kan, zeer incidenteel, bevorderd worden naar 2 havo.


Brugklas havo

In deze klas wordt les gegeven op havo-niveau. Deze klas is bestemd voor leerlingen met een havo-advies. Het determinatieproces van deze brugklas duurt één jaar,aan het eind van het eerste jaar worden de leerlingen van deze groep in principe bevorderd naar klas 2 havo.

 

Brugklas vwo

In deze klas wordt les gegeven op vwo-niveau. Deze klas is bestemd voor leerlingen met een vwo-advies. Het determinatieproces van deze brugklas duurt twee jaar; aan het eind van het tweede jaar worden de leerlingen van deze groep bevorderd naar klas 3 vwo. Het is mogelijk dat aan het eind van klas 1 een enkele leerling uit deze groep zal afstromen naar 2 havo.


Brugklas tto (vwo-niveau)

In deze klas wordt op vwo-niveau lesgegeven. De klas is bestemd voor leerlingen met een uitgesproken vwoadvies, die het leuk vinden om een deel van de lessen (ongeveer 50%) in het Engels te krijgen. Het is een pittige opleiding waar extra inzet van de leerlingen wordt verwacht. Een leerling die begint met de tto-opleiding maakt die in principe ook af. Naast de ‘gewone’ lessen wordt elke week een aantal uren besteed aan projecten. Deze zullen over het algemeen in het Engels zijn. De werkwijze komt overeen met wat in de bovenbouw het Studiehuis heet: er wordt een sterk beroep gedaan op zelfstandig werken.


Plaatsing

De plaatsing in een van bovengenoemde niveaugroepen gebeurt in principe op grond van de aanmeldingsgegevens van de basisschool. Uitzondering: als de cito lager is dan 532 en de leerling is toegelaten, dan kan de leerling uitsluitend in een mavo-klas worden geplaatst. Overigens bestaat de mogelijkheid, indien de resultaten daar aanleiding toe geven, aan het eind van leerjaar 1 over te stappen naar een andere stream.

De plaatsing in leerjaar 2
Ouders en leerlingen ontvangen tegelijk met het tweede rapport een voorlopig advies en de nodige informatie over de richting waarin de leerling bij gelijkblijvende inzet en prestaties zijn studie het volgende cursusjaar het beste kan voortzetten. Dit advies is gebaseerd op de behaalde cijfers en de observaties van docenten ten aanzien van o.a. aanleg, tempo en studiehouding. Het is de bedoeling dat naar aanleiding van dit advies tussen de school, de ouders en de leerling een gesprek opgang komt. Aan het einde van het cursusjaar wordt in de rapport-vergadering de definitieve beslissing genomen. Indien in deze leraren-vergadering geen eenstemmigheid kan worden bereikt, zullen de ouders opnieuw in het overleg worden betrokken. Dit proces noemen we determinatie: het beslissen in welke afdeling de leerling het onderwijs zal vervolgen. Voor leerlingen die naar de tweede klas theoretische leerweg gaan, geldt een speciaal aandachtspunt. De wet staat niet toe om langer dan vijf jaar over het vmbo te doen. Daarom hebben de scholen voor vo in Doetinchem afgesproken dat vmbo-leerlingen die doubleren in klas 1 of 2 dringend wordt geadviseerd over te stappen naar de beroepsgerichte leerweg in de mavo. Alleen in bijzondere gevallen kan van deze regel worden afgeweken.


De tweede brugklas

 

Mavo

In de tweede klas van de mavo wordt het aantal vakken uitgebreid. Voor leerlingen, die aantoonbaar niet in staat zijn om drie vreemde talen te volgen, bestaat de mogelijkheid om het vak Frans te laten vallen. Echter, daardoor worden de keuzemogelijkheden in de derde en vierde klas beperkt.

Havo

De leerlingen van deze klas komen bijna allemaal uit de brugklas 1 havo; incidenteel ook uit de brugklas 1 theoretische leerweg (opstroom) en brugklas 1 vwo (afstroom). Er wordt op havo-niveau les gegeven.

Vwo

In de tweede brugklas vwo wordt de differentiatie d.m.v. verrijkings- c.q. verdiepingsstof voortgezet. Bovendien wordt leerlingen de mogelijkheid geboden Latijn te kiezen. Uiteindelijk kan dit vak ook in het examenpakket/-profiel opgenomen worden. Aan het einde van de cursus worden de leerlingen, afhankelijk van de resultaten bevorderd naar vwo-3. Afstromen naar havo-3 is een mogelijkheid voor die leerlingen voor wie het vwo-niveau toch te hoog gegrepen blijkt.


TTO

De leerlingen in klas twee gaan verder op de ingeslagen weg. Natuurkunde wordt als nieuw vak in het Engels toegevoegd. Bovendien gaan alle leerlingen Latijn volgen. Dit jaar wordt de eerste reis naar Engeland georganiseerd met allerlei opdrachten. Het doel is opsnuiven van de Engelse cultuur en natuurlijk veel in het Engels praten, o.a. in gastgezinnen en bij allerlei activiteiten.


Het vak Latijn

Vanaf leerjaar twee worden alle leerlingen in de vwo-klas in de gelegenheid gesteld om het vak Latijn te volgen. Het vak wordt in alle volgende leerjaren van het vwo aangeboden en kan in de bovenbouw als examenvak worden gekozen. Volgen van Latijn betekent zowel een verbreding als een verzwaring van het bestaande programma.


Klas 3

Na deze tweejarige brugperiode zitten de leerlingen op hun niveau: mavo, havo of vwo.

 

De onderbouw op het Ulenhofcollege


Naast de verplichte vijftien vakken biedt de school ook levensbeschouwing en de derde moderne vreemde taal aan alle leerlingen aan en vanaf de tweede klas ook Latijn aan een beperkte groep leerlingen (zie boven). Tekenen en handvaardigheid zijn samengevoegd tot het vak beeldende vorming. De uitbreiding van het aantal vakken dreigt te leiden tot versnippering van het aantal lesuren per vak. Bij het opstellen van de lessentabel is rekening gehouden met het negatieve effect van eenuursvakken op leerlingen en leraren. In brugklas 1 is

daarom bewust het aanbod beperkt tot 13 vakken; in de tweede en derde klassen respectievelijk 14 of 15 en 15 of 16 vakken. Het is een pittig programma. Door middel van huiswerkbeleid en repetitieroosters proberen wij een evenwichtige verdeling te bewerkstelligen. In de onderbouw moet de basis gelegd worden voor de aansluiting met de Tweede Fase waar vaardigheden en zelfstandig werken een erg belangrijke plaats zullen innemen. Daarom geven we deze aspecten in de onderbouw al de nodige aandacht.

Projecten

In de onderbouw wordt de school gevraagd aandacht te geven aan onderwerpen die niet zonder meer in het kader van één bepaald vak kunnen worden aangeboden. Te denken valt hierbij aan allerlei zaken in relatie tot cultuur, de natuur en het milieu, het gezondheidsbeleid (met name het omgaan met genotmiddelen). Deze onderwerpen komen aan de orde in de vorm van kleine projecten, waarin verschillende vakken samenwerken. De meest markante projecten zijn:

  • in brugklas 1: het Toneelproject, project Europa, culturele dag: Kijken is een kunst en het Slotproject
  • in brugklas 2: het project ‘Anders’ en ‘Titanic’.

Voor meer informatie zie hoofdstuk 8

Buitenlesactiviteiten.


Mavo (middelbaar algemeen voortgezet onderwijs)


De eerste keuze

Aan het eind van de tweede klas mavo maken de leerlingen de eerste studiekeuze. De leerlingen kiezen dan uit de vakken Frans, Duits, geschiedenis, aardrijkskunde en natuurkunde drie vakken (waarvan tenminste 1 taal), die zij blijven volgen in leerjaar 3. De leerlingen worden in februari en maart nader geïnformeerd.

De tweede keuze

In leerjaar drie van de mavo maken de leerlingen een tweede keuze. Zij kiezen dan voor een van de volgende sectoren:

  • Economie
  • Landbouw
  • Techniek
  • Zorg en welzijn

In leerjaar vier kent elke sector een aantal verplichte vakken:

  • Economie: economie en tenminste één van de vakken Frans, Duits of wiskunde
  • Landbouw: wiskunde en tenminste één van de vakken natuur- en scheikunde 1 of biologie
  • Techniek: wiskunde en natuur- en scheikunde 1
    Zorg en welzijn: biologie en tenminste één van de vakken geschiedenis, aardrijkskunde of wiskunde.

Voor alle sectoren zijn de vakken Nederlands en Engels verplicht met daarnaast nog enkele vakken waarin leerlingen alleen schoolexamen afleggen.

Begeleiding

De begeleiding van leerlingen door de mentor heeft een vaste plaats in het lesrooster (zie lessentabel onder studielessen/mentorlessen). De schooldecaan is de leerling behulpzaam bij het samenstellen van het eindexamenpakket.



Havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) en vwo  (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs)


Organisatie en inhoud van het onderwijs in de bovenbouw van havo en vwo, ook genoemd de Tweede Fase,
is vanaf 1 augustus 1999 ingrijpend veranderd en in 2007 drastisch herzien. Achtergrond is dat niet alleen de samenleving in de loop der jaren andere eisen is gaan stellen – bijvoorbeeld op het gebied van informatieverwerving en -verwerking – maar dat met name de aansluiting met Hoger Beroeps Onderwijs (hbo) en Wetenschappelijk Onderwijs (wo) aan verbetering toe was.

De inhoud van het onderwijs is aangevuld met vakken als Literatuur, Management en Organisatie, Informatica, Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) en Oriëntatie op Studie en Beroep (OSB). De werkwijze, in de dagelijkse praktijk aangeduid met de naam ‘Studiehuis’, is veel meer gericht op de zelfstandigheidsontwikkeling bij de leerlingen. Deze vernieuwing is op een zodanige wijze ingevoerd dat de leerlingen ‘vaste grond onder de voeten’ blijven voelen. De keuze is gemaakt voor werkvormen waarbij de leerlingen wel zelfstandig werken, maar altijd dichtbij de leraar, zodat die snel bereikbaar is en intensief kan begeleiden. Er worden ook in de Tweede Fase rapporten meegegeven en hoewel al in de voor-examenklassen aan het examendossier wordt gewerkt, blijven bevorderingsnormen bestaan. Omdat het juist bij een werkwijze die is gericht op zelfstandigheid noodzakelijk is de vinger goed aan de pols te houden, wordt speciale aandacht besteed aan de begeleiding van het leerproces.

Profielkeuze, gemeenschappelijk deel, vrije ruimte

De leerling kiest in de loop van de derde klas een profiel. Voor de vakken in het gemeenschappelijk deel: zie hoofdstuk 4, de lessentabel.


Er zijn vier profielen:

  1. natuur en techniek (NT)
  2. natuur en gezondheid (NG)
  3. economie en maatschappij (EM)
  4. cultuur en maatschappij (CM)

Een profiel bestaat uit een samenhangend onderwijsprogramma dat de leerling in havo en vwo voorbereidt op een opleiding aan een hogeschool of universiteit. Alle profielen hebben een gemeenschappelijk deel. Daarnaast is er een deel dat specifiek is voor het betreffende profiel en er is een vrij deel.
Aan het gemeenschappelijk deel wordt bijna de helft van de beschikbare tijd besteed. Aan het profieldeel wordt ruim een derde van de tijd besteed en de rest van de tijd is bestemd voor vakken naar keuze (de zogenaamde vrije ruimte). Van de vakken in de vrije ruimte dienen alle leerlingen de vakken levensbeschouwing en OSB (Oriëntatie op Studie en Beroep) te volgen. De keuzevrijheid van overige vakken in de vrije ruimte wordt soms beperkt door factoren als rooster, groepsgrootte, totale maximale studielast en zgn. onmogelijke combinaties. Leerlingen zullen daarom van de decanen bij het bepalen van hun keuze een lijst krijgen met alle mogelijkheden. Heeft de school eenmaal aan een leerling bij de keuze een bepaalde mogelijkheid geboden, dan blijft deze gehandhaafd tot aan het examen.

Studielast

Met studielast wordt bedoeld de hoeveelheid tijd die de gemiddelde leerling nodig heeft om zich een bepaalde hoeveelheid leerstof eigen te maken. Het gaat niet alleen om het volgen van de lessen op school, maar ook om de voorbereiding daarvan thuis. Het schrijven van werkstukken, het lezen van boeken, het gebruik maken van een mediatheek en het deelnemen aan excursies, maken ook deel uit van de studielast. Er wordt van uitgegaan dat een leerling gedurende 40 weken per jaar 40 uur per week aan zijn opleiding besteedt. Dat komt dus neer op een studielast van 1600 uur per jaar. De leerlingen van de havo hebben voor de tweede fase 2 jaar tot hun beschikking à 40 weken van 40 uur werken = 3200 uur studielast. De leerlingen van het vwo hebben in 3 jaar een studielast van 3 x 1600 uur = 4800 uur. Van de jaarlijkse studielast van 1600 uren moet de school het aantal schooluren tenminste op 1000 vaststellen.

Syllabus en examendossier

Voor de leerlingen van de bovenbouw wordt voor elk vak een syllabus ontwikkeld, waarin het te volgen onderwijsprogramma als een samenhangend geheel wordt omschreven. In de loop van 2 (havo-) of 3 (vwo‑) jaren werken de leerlingen aan hun programma, waarvan de resultaten worden vastgelegd in een zgn. examendossier. Als aan het eind van de Tweede Fase dit dossier voltooid  is, is daarmee het Schoolexamen afgerond en mag de leerling deelnemen aan het Centraal Examen. Overigens bestaat voor enkele vakken alleen een schoolexamen. Het examendossier is enerzijds een lijst met eisen waaraan de leerling moet voldoen, met bijbehorende gewichten voor de verschillende onderdelen, anderzijds een klapper waarin alle werk en alle werk-stukken worden verzameld waarmee de leerling heeft gedemonstreerd aan de eisen te voldoen, met de beoordeling. De eisen zijn vastgelegd in de examenprogramma’s en omvatten alle onderdelen waaruit het examendossier voor een vak bestaat. Er staat bij hoeveel studielasturen de leerlingen er globaal aan kunnen besteden. De leerlingen mogen gedurende de gehele Tweede Fase aan hun examendossier werken.

Toetsen

De toetsvormen die in het examendossier worden gebruikt zijn: toetsen met open en gesloten vragen, praktische opdrachten, profielwerkstuk en handelingsdeel. Praktische opdrachten zullen bij de meeste vakken 20% van het cijfer voor het schoolexamen bepalen. Het centraal examen bepaalt 50% van het eindcijfer.

Praktische opdrachten

De praktische opdrachten zijn bedoeld om de vaardigheden te toetsen. De leerlingen voeren een aantal activiteiten uit waarbij zij de examenstof hanteren in het kader van een praktische probleemstelling. Het profielwerkstuk is een uitgebreide praktische opdracht waarbij minstens één vak uit het profiel is betrokken. Naast toetsing van vaardigheden, in combinatie met kennis en inzicht, heeft het profielwerkstuk als doel samenhang en integratie van leerstofonderdelen binnen een profiel te bevorderen. Het handelingsdeel komt voor in alle examenprogramma’s. Voorbeelden zijn: een verslag maken van een excursie voor een vak als economie, een opdracht in het kader van het vak Engels. Voor dit handelingsdeel wordt geen cijfer gegeven. Het dient door de leerlingen ‘naar behoren te zijn voldaan’. Het bovenstaande is niet meer dan een korte omschrijving van de gang van zaken in de bovenbouw.

Jaarlijks worden het programma en het examenreglement vóór 1 oktober vastgesteld.

Aan de leerlingen worden de volgende documenten uitgereikt:

  • Het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Dit vermeldt in elk geval:
    • de onderdelen van het examenprogramma die in het schoolexamen worden getoetst;
    • de verdeling van de examenstof over de onderdelen van het schoolexamen;
    • de regels voor de manier waarop het cijfer voor het schoolexamen tot stand komt.
  • Het examenreglement, waarin o.a. de herkansingsregeling is opgenomen.
  • De studiewijzers per vak, waarin een nadere uitwerking van het PTA te vinden is.

  Volgende

      
 



Inloggen | disclaimer | webmaster@ulenhof.nl | realisatie SchoolMaster BV