|
2 Algemene gegevens
Een smalle, brede scholengemeenschap
Het Ulenhofcollege is een scholengemeenschap, dat wil zeggen dat de school meerdere opleidingen biedt. Het is zelfs een brede scholengemeenschap omdat ze mogelijkheden biedt zowel voor algemeen voortgezet onderwijs (avo) als voor bepaalde vormen van voorbereidend beroepsonderwijs (vmbo).
Het is een ‘smalle’, brede scholengemeenschap omdat het aantal afdelingen in het vmbo beperkt is. De scholengemeenschap kan ook als twee smalle scholengemeenschappen beschouwd worden:
- in Doetinchem bevinden zich de afdelingen vwo, havo en de mavo;
- in Vorden zijn gevestigd de afdelingen gemengde leerweg en de beide varianten van de beroepsgerichte leerweg van het vmbo.
Beide locaties liggen ver uiteen zodat ze voor leerlingen en ouders min of meer als zelfstandige scholen kunnen functioneren.
Een christelijke scholengemeenschap
Het Ulenhofcollege is een scholengemeenschap, die voortkomt uit de protestants-christelijke traditie. De belangrijkste kenmerken daarvan waren en zijn nog steeds:
- de centrale plaats die de Bijbel inneemt als inspiratiebron voor ons dagelijks handelen;
- de betrokkenheid van ouders bij de school.
De Deelraad, de Medezeggenschapsraad en de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad
Het Ulenhofcollege heeft een Medezeggenschapsraad van 8 leden. De oudergeleding telt 2 leden, de leerlingengeleding 2 en de personeelsgeleding 4. Zowel de Deelraad uit Doetichem als de Deelraad uit Vorden vaardigen 4 leden af naar de Medezeggenschapsraad. De Medezeggenschapsraad heeft advies- of instemmingsrecht bij veel besluiten van de directie, waarin deze is gemandateerd door het bestuur. De gehele Medezeggenschapsraad vergadert vier maal per jaar.
De GemeenschappelijkeMedezeggenschapsraad wordt gevormd door twee afgevaardigden van de Medezeggenschapsraad van elke scholengemeenschap. Eén van de twee afgevaardigden komt uit de oudergeleding, de ander komt uit de personeelsgeleding. De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad heeft advies- of instemmingsrecht bij besluiten van het bestuur, die alle scholengemeenschappen betreffen.
De Deelraad Doetinchem
De Deelraad Doetinchem telt 12 leden: 6 personeelsleden en 6 ouders/leerlingen. De Deelraad vergadert maandelijks.
Ouders
P. van Dongen F. ter Haar
B. Wassink1, 2
Leerlingen
Carlijn Eggink Henri van Omme Lars Velthausz
Personeel
H. Arentsen1,2 P. Helden drs. J-W. Hubbers G. Mast drs. P.J.A. Theunisse1 drs. J. Verbaas
1 is ook lid van de Medezeggenschapsraad 2 is ook lid van de GemeenschappelijkeMedezeggenschapsraad
Missie
De missie is de opdracht in onderwijs en opvoeding die het Ulenhofcollege zichzelf geeft. De missie luidt:
Identiteit De school ziet als taak jonge mensen te begeleiden in hun ontwikkeling, hun daarbij te leren keuzes te maken vanuit een bijbelse inspiratie en daarnaar te handelen. Leerlingen en personeel moeten in dat proces bereid zijn elkaar te helpen en verantwoordelijkheid voor elkaar te dragen.
Onderwijs De school is een instituut dat het verwerven van kennis ten grondslag legt aan de verdere ontwikkeling van culturele waarden, die gevormd zijn en gevormd worden door opvoeding in en buiten het gezin. De school streeft naar een veilig leerklimaat, waarin het onderwijs is gericht op actief, doelgericht en probleemoplossend leren door de leerling. Het houdt, mede door een structurele leerlingbegeleiding, rekening met de talenten en de beperkingen van de leerlingen. Het onderwijs streeft een brede vorming na – binnen de school sinds jaar en dag aangeduid met ‘aandacht voor hoofd, hart en hand’ – waar mogelijk uitstel van studie- en beroepskeuze en een toenemende verantwoordelijkheid bij de leerling voor het eigen leerproces. De school streeft ernaar dat de leerlingen de school verlaten met een bij hun mogelijkheden passend diploma. De school wil het belang van goed onderwijs mede dienen door het bevorderen van de dialoog en van korte en heldere communicatielijnen met leerlingen, ouders en personeel.
Personeel
De school streeft naar deskundig, gemotiveerd en goedgeschoold personeel dat breed inzetbaar en flexibel is. De school kent een adequaat begeleidingssysteem voor de medewerkers en een helder taakbeleid.
Over de opvoeding
Jonge mensen die opgroeien en zich ontwikkelen moeten keuzes maken. De school wil hen in dat proces begeleiden. Precies op dat punt wordt verwezen naar de bijbelse inspiratie. Immers, de bijbel leert ons de waarden van het leven zoals: gerechtigheid, barmhartigheid, solidariteit met zwakkeren; hij leert ons tevens dat wij de aarde slechts in beheer hebben. Het zal duidelijk zijn, dat die begeleiding eigenlijk wederzijds is: in dit opzicht kunnen leraren en leerlingen van elkaar leren, net zoals dat in de gezinnen het geval is met ouders en kinderen. Beide partijen, leraren en leerlingen, hebben in dit proces dan ook een eigen verantwoordelijkheid.
Vrijheid van uitingen
In hun ontwikkelingsproces leren leerlingen hun mening te vormen en meningen van anderen te onderzoeken.Zij leren hun eigen waarden te bepalen. Vrijheid van meningsuiting is daarbij een onvervreemdbaar recht.Vrijheid gaat gepaard met respect. Uitingen in woord, gebaar, handeling of uiterlijk bedoeld als een bewuste getuigenis van een andere identiteit dan die van de school, staan op gespannen voet met de uitgangspunten, zoals verwoord in de missie. De schoolleiding zal leerlingen en personeel verzoeken deze uitingen achterwege te laten.
Het godsdienstonderwijs
Omdat keuzes maken vanuit een bijbelse inspiratie bekendheid met de Bijbel en met bijbelse noties veronderstelt, is het volgen van lessen in levensbeschouwing voor alle leerlingen verplicht.
Over het verwerven van kennis
Het verwerven van kennis is voor leerlingen debelangrijkste reden om de school te bezoeken. De kennis moet bijdragen aan de kwaliteit van het levenvan de leerling, zodat hij met genoegen en vreugde kan deelnemen aan het maatschappelijke en culturele leven. Op het Ulenhofcollege vinden we dat het aanbod van kennis zo breed mogelijk moet zijn, waarbij alle aspectenvan het mens-zijn worden aangesproken: intellect, gevoel en daadkracht (wij spreken van hoofd, hart en handen). Leerlingen kunnen uit dit aanbod hun keuze maken al naar gelang de hun gegeven mogelijkheden en hun behoeften. Natuurlijk zullen wij er als school naar streven dat leerlingen optimaal van ons aanbod gebruik maken. Leerlingen spelen een actieve rol in het proces van kennisverwerving: zij nemen niet alleen leerstof tot zich, maar zij ontwikkelen bovendien de vaardigheden om zelfstandig kennis te verwerven.
Een oud doel in een moderne tijd
Onze visie op het onderwijs aan het Ulenhofcollege zoals hierboven weergegeven, hebben we een aantal jaren geleden vastgelegd en recentelijk geijkt. Wij vinden nog steeds dat we met deze boodschap onze taak goed omschreven hebben en dat die onverminderd van kracht blijft in de situatie van basisvorming, de tweede fase en de leerwegen in het vmbo.
Pedagogisch klimaat
Met dit begrip bedoelen we: de manier waarop we met elkaar omgaan. Teruggrijpend op het vorige kunnen we zeggen dat kernbegrippen daarin zijn: respect voorelkaars persoonlijkheid en verantwoordelijkheid over en weer voor het leerproces. In het Leerlingenstatuut is dit uitgewerkt. Leerlingen ontvangen een exemplaar van dat statuut en het ligt ter inzage tijdens de open dag.
Welke leerlingen kunnen worden toegelaten?
Alle leerlingen van wie de ouders zich door het bovenstaande voelen aangesproken, zijn in principe toelaatbaar. We verwachten van leerlingen dat zij willen werken in de geest van de missie en het pedagogisch klimaat. Leerlingen voor de brugklassen moeten voldoen aan de eisen van toelating zoals die door de gezamenlijke scholen voor voortgezet onderwijs in Doetinchem zijn afgesproken. Deze zijn omschreven in hoofdstuk 3. Voor andere klassen geldt dat men over het algemeentoelaatbaar is voor een klas waarin men ook op deschool aan herkomst zat. Leerlingen met een vmbo-tl diploma, die naar de havo willen en leerlingen met een havodiploma die naar het vwo willen, moeten een positief advies van de school van herkomst hebben en voldoende niveau voor de vakken van het examen. Zie verder hierover onder horizontale doorstroming en instroming in hoofdstuk 5.
Toelating leerlingen met extra zorgbehoefte
Het bevorderen van de integratie van gehandicapten in de samenleving is al jaren een belangrijk onderwerp. Ook bij ons op school speelt dit een rol. Ouders van een kind met een handicap kunnen bij een Commissie van Indicatiestelling (CvI) van een van de vier Regionale Expertise Centra (REC) een leerlinggebonden budget aanvragen. Als dit budget is toegekend kunnen de ouders ervoor kiezen een verzoek tot toelating te doen bij een reguliere school voor VO. Onze school heeft een stappenplan ontwikkeld om overde toelating van een kind met extra zorgbehoefte, in overleg met de ouders en overige betrokken instanties, een verantwoord besluit te kunnen nemen. Kernvraag daarbij zal steeds zin of wij als reguliere school het kind die hulp kunnen bieden die het nodig heeft. Is het antwoord daarop positief, dan zal een duidelijk handelingsplan de basis moeten vormen voor de juiste zorg op maat voor dit kind. Dit stappenplan om tot een verantwoorde toelating c.q. afwijzing te komen, is vastgelegd in een beleidsdocument dat op school aanwezig is.
Aanmelding
De aanmelding van nieuwe leerlingen voor de brugklas gebeurt meestal door de directeur van de basisschool. Voor andere klassen kan men zich rechtstreeks aanmelden door middel van een aanmeldingsformulier dat bij de leerlingenadministratie verkrijgbaar is. Wil men zeker zijn van plaatsing, dan moet de aanmelding op 1 april binnen zijn.
Volgende |