Ulenhof
       Ouderbetrokkenheid
Lezing door Ferdinand ter Haar tijdens de laagoudervergadering van 17 mei 2011


Lezing ‘Ouderbetrokkenheid’

 

Goedenavond betrokkenen,

 

In welke hoedanigheid wij, u, ook hier aanwezig bent, wij allen willen eigenlijk maar één ding: dat onze kinderen met plezier naar school gaan én met plezier weer thuis komen - dat laatste wordt nog weleens vergeten. Eigenlijk willen we dat elk kind elke dag onbezorgd en onbevangen naar school gaat, daar mooie ervaringen opdoet en vol met verhalen weer zijn weg vervolgd. Wij willen met z’n allen dat dit in harmonie gebeurt en in een veilige omgeving.

Mijn naam is Ferdinand ter Haar en naast beginnend ouderraadslid van het Ulenhof ben ik ook algemeen directeur van de onderwijsorganisatie SAM, een school voor speciaal basisonderwijs. Eén van de locaties staat naast het Ulenhof. SAM probeert de zorgvraag te beantwoorden van kinderen voor wie het leren niet als vanzelfsprekend is. Ook ben ik vader van drie dochters in de leeftijden 13, bijna 12 en 10.

Door mijn werkzaamheden en andere verkeerde prioriteitstelling ben ik al jaren veel te weinig te vinden in de scholen van mijn kinderen. Dat maakt mij tot een weinig participerende ouder en dat vind ik weleens jammer. Ik kan niet zomaar aanschuiven bij een leesgroepje, ik kan niet even limonade schenken bij de Avondvierdaagse, geen spook spelen bij het schoolkamp of decors timmeren voor de musical. Laat staan dat ik koffie sta te schenken voor de hulpouders bij spelletjesmiddagen, sportdagen of voor hen die uitgeput terugkeren van het schoolreisje naar Kalkar. Laat staan dat ik alle hoofden mag controleren op de pediculus humanus capitis, ook wel bekend als de hoofdluis. En wat had ik dat toch graag gedaan! Nee, mijn contactmomenten met de school van mijn kinderen beperken zich tot de reguliere, in een jaarplanner vastgezette afspraken. En ook die haal ik niet eens altijd!

U moet mij wel zeer onbetrokken vinden, getuige de vele verbaasde blikken hier.

Ik behoor tot de grote groep ouders1 die door allerlei omstandigheden heel vaak niet in staat zijn veel te betekenen – in praktische zin – voor de school waarop hun kinderen zitten. Ik behoor tot de grote groep die zich nog wel eens weggezet weet door anderen – zeg maar de bekende gezichten van hen die er altijd lijken te zijn - die ook het beste voor hebben met de kinderen. Maar, beste mensen, dat hebben wij ook!

Ik moet, geloof ik, eerst iets uitleggen.

Ouderbetrokkenheid is niet hetzelfde als ouderparticipatie, althans dat vind ik. Ouderbetrokkenheid gaat veel dieper en kent een meer basaal karakter. Beide begrippen staan geenszins los van elkaar, sterker, zij kennen een grote vervlechting in elkaar. De participerende ouder toont immers een grote betrokkenheid, anders zou hij / zij zich niet inzetten voor de school. Maar in datzelfde licht kan niet worden gesteld dat de niet-participerende ouder niet betrokken zou zijn. Dat is in mijn ogen veel te kort door de bocht.

Ouderparticipatie mag (u moet namelijk niks) vooral worden opgevat als de daadwerkelijke, praktische ouderhulp binnen een onderwijsorganisatie. Participeren is meehelpen, meedenken, werk uit handen nemen. Ouderbetrokkenheid laat zich als begrip veel moeilijker omschrijven en is nagenoeg niet te meten. Wie bepaalt de maat van ouderbetrokkenheid? Juist, de betrokken ouder zelf. Dat daarover verschil van mening kan zijn, lijkt mij inherent aan de vraag. Zo vind ik bijvoorbeeld mozzarella erg lekker, maar mijn jongste dochter niet. En dat accepteren wij van elkaar, alhoewel… ik bedenk ineens dat zij dat gewoon moet opeten. Verkeerd voorbeeld. Over smaak valt niet te twisten, evenmin over de mate van betrokkenheid.

Als vanzelf wordt de ouderhulp als betrokken ervaren, maar mag die vader, die moeder, die verzorger, die – om welke redenen dan ook – nooit een bepaalde taak kan uitvoeren voor de school dan als niet-betrokken worden bestempeld? Zijn ouders die niet op de 10’-gesprekken komen per definitie niet-betrokken? Getuigt de structurele lage opkomst van een algemene ouderavond van niet-betrokken ouders? Of is er iets anders gaande?

Ik denk het laatste en ik denk dat er iets moet gebeuren. En nu we het er toch over hebben, in de rol van ouderraadslid van deze school wil ik me daar hard voor maken. Mensen, ik heb een missie!

Voor de ontwikkeling van kinderen is het heel belangrijk dat school en ouders de samenwerking zoeken. Beide partijen kennen een bijzondere verantwoordelijkheid naar de kinderen toe. Kinderen ervaren een grote veiligheid als ouders en school een goede verstandhouding hebben, elkaar informeren en de zorg delen.

Ik ben ervan overtuigd dat het kind tot volle wasdom komt als het zich veilig weet, gekend en gehoord. Dat het groeit en bloeit als het met plezier naar school gaat, succeservaringen opdoet en deze weet te delen. Dat het groeit in zelfvertrouwen en vertrouwen in de ander. 

De goede verstandhouding tussen leerling, leraar en ouders wordt gekenmerkt door openheid, respect en constructief overleg. Het is ondenkbaar dat alle betrokkenen dezelfde inzichten toegedaan zijn, dezelfde visies delen. Een goede verstandhouding is gebaseerd op het verschil. En met een brede kijk op dat verschil wordt het overleg gezocht opdat allen zich betrokken voelen bij het groeien en bloeien van het kind. Het is niet meer zo dat de ouders het kind overdragen aan de school en daarmee een scheiding realiseren tussen twee werkelijkheden, namelijk thuis en school. Het mag niet meer zo zijn dat ouders niet meer weten wat er in de andere werkelijkheid plaatsvindt. Met oog voor verschil wordt er in gezamenlijkheid gezocht naar de essentiële eenstemmigheid.

Meer dan ooit moet de samenwerking worden gezocht op basis van gelijkwaardigheid door allen die de meest optimale ontwikkeling van het kind voorstaan. We kunnen niet, we willen niet meer zonder elkaar! We moeten elkaar – de ouder en de professional - nog meer ontmoeten, nog meer de kennis omtrent het kind en van het kind, met elkaar delen. In gezamenlijkheid, vanuit de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid de beste leer- en leefomgeving creëren voor elk kind. Ons kind.

Nog steeds zijn er ouders die schoorvoetend de school betreden, ook deze school. Nog steeds zijn er ouders die binnen een onderwijsorganisatie hoge drempels ervaren. Ondenkbaar! Nog steeds zijn er onderwijsprofessionals – nu spreek ik uit eigen ervaring – die ouders niet als gelijkwaardig beschouwen, hen bevoogdend toespreken, hen vertellen hoe het vooral niet moet met hun kind.

Ik kan nog weleens vol schaamte terugdenken aan de tijd dat ik, als beginnend leerkracht en zeer zelfingenomen ventje, een moeder vertelde hoe om te gaan met het puberend gedrag van haar dochter. Als professional dacht ik namelijk direct enig externaliserend gedrag te herkennen. ‘Nou mevrouw, dat moet onmiddellijk de kop ingedrukt worden!’ Wat verbeeldde ik me wel niet, snotblaag die ik was!

Om volle zalen te trekken voor algemene ouderavonden dienen beide partijen elkaar als deskundigen op het gebied van hetzelfde kind uitermate serieus te nemen. Dat heeft te maken met houding en met het spreken van dezelfde taal. Dat is het wegnemen van barrières, waarvan we niet altijd weten dat die er zijn, dat is het uitspreken van die zaken die er toe doen of belemmerend werken. Dat is werken aan relaties, het is relatiebeheer, het is zorg voor elkaar. Omwille van onze kinderen.

Hoe? Door beide partijen te benaderen in hun interesse, door vernieuwend durven te zijn, creatief en ontvankelijk. Door te zoeken naar de gemeenschappelijke deler. En soms door uit te dagen.

Zowaar een hele klus voor de Ouderraad, die gerust als ambitieus gezien mag worden en haar betrokkenheid wil delen met de participerende ouder, maar ook met de ouder die – weliswaar veel meer op de achtergrond – altijd wil weten hoe de dag gegaan is, het proefwerk en of het kind nog gelachen heeft. Die wil weten of het weer goed gekomen is met die ene docent en hoe het toch gaat met dat zieke meisje in de klas. En of het nog een kopje thee wil voordat het aan het huiswerk gaat.

Ik denk dat de grote groep niet-betrokken ouders niet zo groot is. Wat een mooi uitgangspunt om ‘Ouderbetrokkenheid’ nog meer op de kaart te zetten binnen de Ulenhof!

Ferdinand ter Haar



1 Waar ouders genoemd worden horen natuurlijk ook de verzorgers.


 
      
 



Inloggen | disclaimer | webmaster@ulenhof.nl | realisatie SchoolMaster BV